Naar de website schapenvoornatuur.nlContact Kennisbank

De schaapherder


Een schaapherder is iemand die een kudde schapen hoedt. Samen met een of meerdere herdershonden leidt de schaapherder (ook wel scheper genoemd) de kudde. Het vak schaapherder is een van de oudste beroepen van de wereld. Zo’n zevenduizend jaar geleden werden de eerste schapen gedomesticeerd. Vanaf dat moment moeten er mensen zijn geweest die de schapen in de gaten hielden. Uit archeologische opgravingen in Nederland blijkt dat er tussen 3500 en 3000 jaar voor Christus al schapen werden gehouden.

Er waren verschillende soorten schapenhouderij: Schaapskudden die doorgaans elke dag na gehoed te zijn terugkeren naar hun stallen (“Standschaferei”) en schaapskudden die van de ene weide naar de ander trokken. Afhankelijk van de vegetatieseizoenen lagen deze weilanden soms heel ver uit elkaar (“Wanderschafhaltung/Transhumanz)”). De eerste variant werd naast de productie van wol en vlees met name gebruikt voor het verzamelen van mest in de potstal, de tweede voor het verkrijgen van meer vlees en het bemesten van verder afgelegene akkers (de kudde overnachte op de akkers).

Verschillende vormen van Standschäferei zijn:

  1. Het totale bestand aan schapen van een dorpsgemeenschap als een grote kudde
  2. Het bezit aan schapen van een vereniging van verspreid wonende schapenhouders
  3. Het schapenbestand van een boerderij
  4. Het schapenbestand van een landgoed

De positie van de herders in Nederlands was heel verschillend. De status van de herder hing erg samen met het type kudde. Wanneer herders kleine kuddes van één boer of landheer hoedde, was de verdienste laag. De schapenhouderij was een bijverdienste bij het boerenbedrijf, het werd zelfs vaak aan kinderen overgelaten. Bij de grote veelvoudig samengestelde kudden lag dit anders. Hier droeg de herder de zorg en de verantwoordelijkheid voor het totale schapenbezit van de hele gemeenschap. De herder werd betaald door de gemeenschap en had aanzien.

De schaapherders die in de middeleeuwen tot de bevolkingsgroep van de horigen behoorden, leefden van het beetje dat hen werd toegeschoven door de adel en geestelijken. Wol was een belangrijke product van de schapen. De herders kregen de zwarte schapen, omdat de zwarte wol slechter te verven was. Deze zwarte schapen telden ook niet mee als men de belasting (bede) ging heffen. Daar komen de uitdrukkingen "zwart geld" en "zwart werken" vandaan (de herders betaalden geen belasting over de zwarte schapen, omdat die niet meetelden). 

In de afgelopen decennia werken schaapherders steeds vaker als natuur- of landschapsbeheerder. Terreinbeherende organisaties zoals natuurorganisaties, gemeenten, waterschappen en andere opdrachtgevers huren de herder met zijn kudde schapen in om graslanden, heidevelden, dijken maar ook stadsparken of recreatiegebieden te begrazen. Hiermee krijgt het eeuwenoude beroep van schaapherder een nieuwe invulling.

Bronnen:

- Op de grote stille heide, een artikelenreeks van prof. dr L.F. Triebels em. Hoogleraar antropologie in Nijnmegen verschenen in het Clubblad van de Nederlandse Herdershonden Club vanaf september 1979.  

 

Heeft u toevoegingen of aanpassingen voor deze pagina, laat het ons weten: