Naar de website schapenvoornatuur.nlContact Kennisbank

Verbinding

Kuddes die trekken tussen meerdere, ver uiteen liggende terreinen, helpen met de verspreiding van zaden en met de uitwisseling van genetisch materiaal. De zaden en diasporen worden verspreid via de mest, de hoeven en de schapenvacht. Daarnaast worden ook slakken, spinnen en insecten getransporteerd. Kleine natuurterreinen hebben vaak een geïsoleerde ligging. Het zijn eilanden midden in een agrarische of stedelijke omgeving. Deze geïsoleerde ligging vergroot de kans op inteelt en genetische drift. Dit betekent dat de populaties in deze kleine gebieden weinig genetische variatie hebben om zich aan te passen aan veranderende milieuomstandigheden. Door het beweiden van meerdere natuurterreinen met een rondtrekkende kudde kan dit probleem deels worden ondervangen. Het wordt nog interessanter (door de grotere variatie aan plantensoorten) als de trekkende kudde ook delen van het cultuurlandschap, zoals wegbermen, bosranden en akkers begraast. Daarnaast verbindt de trekkende kudde met herder de onderdelen van het landschap die vroeger functioneel samenhingen zoals het essenlandschap, maar die nu in hoge mate versnipperd en geïsoleerd zijn. Als de trekkende schaapskuddes deze landschappen weer verbinden kunnen Rode-Lijstsoorten (plant- en diersoorten die met uitsterven worden bedreigd) zich weer herstellen en blijven deze zo bestaan.

Bron

Elbersen, B.S., A.T. Kuiters, W.J.H. Meulenkamp, 2003. Schaapskuddes in het natuurbeheer. Wageningen, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. Alterra-rapport 735. 

Heeft u toevoegingen of aanpassingen voor deze pagina, laat het ons weten: