Naar de website schapenvoornatuur.nlContact Kennisbank

Voortplanting

Rammen (mannelijke dieren)  van vier á vijf maanden oud, zijn geslachtsrijp wanneer ze zich normaal hebben ontwikkeld. Ze kunnen meerdere keren per dag ooien (vrouwelijke dieren) dekken en ze kunnen dat dagen achtereen volhouden. Ooien worden gedekt door de ram wanneer ze ‘bronstig’ zijn; op een leeftijd van zes maanden treedt vaak de eerste bronst op. Vlak na het optreden van de bronst, komen eicellen vrij uit de eierstok en gedurende 20 a 30 uren staat de ooi dekking van een ram toe.

Het bronstproces van ooien verloopt in een cyclus van 17 dagen. De lengte van het bronstseizoen varieert tussen rassen van enkele bronsten tot wel 20 per jaar en wordt beïnvloed door de daglengte. Ook zijn er rasverschillen in het optreden van de eerste bronst. Twee a drie cycli na de eerste bronst, is het aantal eicellen dat per bronst vrijkomt maximaal. Ook leeftijd speelt een rol in de worpgrootte van ooien. Op een leeftijd van vier jaar bereikt de worpgrootte een maximum; daarna daalt de worpgrootte gering. De ooi wordt niet het gehele jaar door bronstig. Ze heeft een jaarlijkse cyclus van een oestrusperiode waarbij bronst optreedt en een anoestrusperiode zonder bronst.

Tijdens de dekking, brengt de ram zaadcellen in de baarmoeder van de ooi. Vervolgens nestelen bevruchte eicellen zich in de baarmoeder en daaruit ontwikkelen de lammeren zich. De lammeren worden 146 á 148 dagen na bevruchting geboren en zes weken voor het werpen worden de ooien vaak bijgevoerd met ruwvoer of krachtvoer. Het is belangrijk dat de conditie van de ooien in de laatste weken voor de dracht goed blijft.

Het geboorteproces duurt enkele uren en is afhankelijk van het aantal lammeren en hoe vaak de ooi al geworpen heeft. Het werpen vindt vaak binnen plaats. Na het werpen komt de melkproductie op gang en het is belangrijk dat de lammeren binnen 24 uur de biest, de eerste melk, drinken omdat deze belangrijke stoffen bevat. Na drie weken, bereikt de melkproductie een maximum, daarna daalt de productie en na vier a vijf maanden stopt de productie. 

Bronnen 

Bekedam, .M., Herweijer, C.H. 1986. Schapenteelt en schapenziekten (3e druk). Wageningen: Uitgeverij Terra Zutphen, Groene Reeks.  

Heeft u toevoegingen of aanpassingen voor deze pagina, laat het ons weten: