Naar de website schapenvoornatuur.nlContact Kennisbank

Fokkerij

Doel van de fokkerij is om de erfelijke aanleg van schapen te verbeteren en om tot een betere productie te komen. Fokken kan op kwalitatieve kenmerken zoals de kleur en de aanwezigheid van horens en op kwantitatieve kenmerken zoals de worpgrootte of de groei van de schapen. Kwantitatieve kenmerken zijn vaak economisch belangrijke eigenschappen.

In de fokkerij probeert men fokwaarden zo goed mogelijk te schatten. De fokwaarde van het schaap kan door (1) de afstamming, (2) productie en uiterlijk van het schaap, (3) de nakomelingen en (4) de eigenschappen broers en zussen bepaald worden. Elke houder of herder van schapen, selecteert op verschillende eigenschappen en fokt daarom vaak met een ander doel.

Sommige houders van schapen fokken met ‘zuivere dieren’; dieren van één ras met de raskenmerken. Andere houders van schapen, fokken niet op zuivere dieren en kruisen verschillende rassen of fokken met dieren die niet duidelijk meer voldoen aan een bepaald ras. 

Bronnen 

Bekedam, .M., Herweijer, C.H. 1986. Schapenteelt en schapenziekten (3e druk). Wageningen: Uitgeverij Terra Zutphen, Groene Reeks.  

Heeft u toevoegingen of aanpassingen voor deze pagina, laat het ons weten: